Natuurlijk dient een nationalist zijn volkslied uit het hoofd te kennen.
Hieronder TekstWilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed,den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. Mijn schild ende
betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer,
|
Wilhelmus van Nassouwe
|
De zanger vereenzelvigt zich met de 'vader des vaderlands', die met hart en ziel Nederlands ('Diets') is. |
den vaderland getrouwe
|
De zanger verklaart zijn totale loyaliteit aan het vaderland. |
Een Prinse van Oranje
|
De zanger is edel, vrij en moedig |
den Koning van Hispanje
|
De zanger steunt het wettig gezag |
Mijn schild ende betrouwen
|
Voor 'God' kunnen wij invullen: Algemene Volkswil. Hieraan ontleent het gezag zijn wettigheid. De zanger weet zich hierdoor beschermd en gesteund. |
op U zo wil ik bouwen,
|
De zanger wil zijn handelen baseren op de Algemene Volkswil en wenst dat deze eeuwig als bron van wettigheid zal functioneren. |
Dat ik doch vroom mag blijven,
|
De zanger hoopt de Algemene Volkswil steeds te blijven dienen |
de tirannie verdrijven
|
De zanger zal ten strijde trekken tegen elke onderdrukking van de Algemene Volkswil omdat hij zich daardoor persoonlijk aangevallen weet. |
Omdat de tekst niet goed op de melodie past (of andersom), komen soms meerdere noten op dezelfde klinker, In zo'n geval wordt hier een extra lettergreep geschreven. Ook worden de extra lange tonen in de derde regels met vier klinkers aangegeven. Hopelijk komt dit het inoefenen van ons volkslied ten goede Wilhelmus-melodie gezongen versie (1e couplet)
Wilhelmus van Nassouwe
|
Wil-hel-mus
va-han Na-has-sou-we ben ik van Dui-huit-sen bloed |
den vaderland getrouwe
|
den
va-der-la-hand ge-he-trou-we blijf ik tot i-hin den doet |
Een Prinse van Oranje
|
Eh-hen Priiiin-se
vaaaan O-ran-je ben ik vrij on-ver-veerd |
den Koning van Hispanje
|
den Ko-ho-ho-ho-ning
van His-pan-je heb ik al-tijd ge-eerd |
Mijn schild ende betrouwen
|
Mijn
schild en-de-he be-he-trou-wen zijt Gij o Go-hod mijn heer |
op U zo wil ik bouwen,
|
op u zo wi-hil
i-hik bou-wen ver-laat mij ni-him-mer-meer |
Dat ik doch vroom mag blijven,
|
Da-hat iiiik doch
vroooom mag blij-ven uw die-naar t'al-ler stond |
de tirannie verdrijven
|
de ti-hi-hi-hi-ran-nie
ver-drij-ven die mij mijn hart door-wondt |
| Het Wilhelmus | De heer Van Doorn maakt zich verdienstelijk met een uitgebreide bespreking en analyse van het Wilhelmus. Een aanrader voor wie het naadje van de kous wil weten. |
| Ook hier kan men het één en ander opsteken. | |
| Een informatief onderdeel van de site van Dordrecht over het Wilhelmus en zelfs een Engelse vertaling ervan. | |
| Nederlandse Volksliederen en liedjes | Berna Bleeker maakt zich verdienstelijk met deze site. Vele Nederlandse liederen kan men hier vinden en er de melodie van beluisteren |
| Willem Wever | Een Wilhelmusspel, door met de muis op de juiste voetballer te wijzen, kun je het eerste couplet laten zingen. |
| Ultihouse | Interview met Louis Grijp waarin de rol van het Wilhelmus in het moderne Nederland en de geschiedenis ervan wordt belicht. |
| Een artikel van Els Ruysendaal over het Wilhelmus. | |
| Oecomene.nl | Dick Akerboom schrijft een lezenswaardige bijdrage over het Wilhelmus. |
Hieronder de volledige tekst van het Wilhelmus in de linker kolom (het betreft hier de oorspronkelijke versie in moderne spelling, de nieuwe versie is op de Wilhelmus site te bekijken, zie links hierboven); ter verduidelijking van de betekenis is in de rechter kolom geprobeerd in begrijpelijk Nederlands tot uitdrukking te brengen wat er met de tekst bedoeld is. Voor wie de tekst uit het hoofd wilt leren, raden wij af om die te zingen - zij komt veel beter tot haar recht als zij energiek wordt voorgedragen.
| Wilhelmus van Nassouwe ben ik van
Duitsen bloed, Den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood; Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, Den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. |
(1) Ik ben Willem van Nassouwe, Nederlander ik blijf mijn vaderland trouw tot de dood Ik ben een Prins van Oranje, nergens bang voor Ik heb de Spaanse koning altijd erkend |
| In Godes vrees te leven heb ik
altijd betracht, Daarom ben ik verdreven, om land, om luid' gebracht; Maar God zal mij regeren als een goed instrument, Dat ik zal wederkeren in mijnen regiment. |
(2) Ik ben altijd mijn godsdienstige plichten
nagekomen Daarom ben ik verjaagd en werd mijn eigendom in beslag genomen Maar God zal mij leiden omdat ik mij op Hem instel zodat ik weer mijn bestuursfunctie terug zal krijgen |
| Lijdt u, mijn onderzaten, die
oprecht zijn van aard, God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard; Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag, Dat hij mij kracht wil geven, dat ik u helpen mag. |
(3) Wees geduldig, oprechte onderdanen God laat u niet in de steek, al wordt het u moeilijk gemaakt Wie vroom wil leven, bidt vaak tot God om mij de kracht te geven, zodat ik u kan helpen |
| Lijf en goed al te samen heb ik u
niet verschoond, Mijn broeders hoog van namen hebben 't u ook vertoond; Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag, Zijn ziel in 't eeuwig leven verwacht den jongsten dag. |
(4) Mijn leven en eigendom heb ik in uw belang
gewaagd En ook mijn edele broers gingen daarin mee Graaf Adolf sneuvelde in Friesland (een broer van Willem) Hij is nu in de hemel tot de wederopstanding (slag bij Heiligerlee mei 1568) |
| Edel en hoog geboren, van
keizerlijken stam, Een vorst des rijks verkoren, als een vroom Christenman, Voor Godes woord geprezen heb ik vrij onversaagd, Als een held zonder vrezen, mijn edel bloed gewaagd. |
(5) van hoge adel, een voorouder is keizer
geweest een voortreffelijk rijksvorst, als vroom Christen voor de bijbel die ik prijs, heb ik moedig als een ware held, mijn leven gewaagd |
| Mijn schild ende betrouwen zijt
gij, o God mijn Heer, Op u zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmermeer; Dat ik doch vroom mag blijven uw dienaar t'aller stond, De tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt. |
(6) Ik vertrouw op uw bescherming, o God U neem ik als uitgangspunt, blijf bij mij Laat mij vroom blijven en altijd uw dienaar zijn en de tirannie verdrijven die ik verschrikkelijk vind |
| Van al die mij bezwaren, en mijn
vervolgers zijn, Mijn God wilt doch bewaren den trouwen dienaar dijn; Dat zij mij niet verrassen in haren bozen moed, Haar handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed. |
(7) Tegen wie
het mij moeilijk maken en vervolgen Bescherm mij God, ik ben uw trouwe dienaar, Laat ze me niet te pakken krijgen in hun haat en mij niet vermoorden, ik heb niets misdaan, |
| Als David moeste vluchten voor Saul
den tiran Zo heb ik moeten zuchten met menig edelman Maar God heeft hem verheven verlost uit alder nood Een koninkrijk gegeven in Israël zeer groot |
(8) Zoals
David, toen die voor Saul moest vluchten heb ik samen met andere edelen moeten lijden Uiteindelijk heeft God hem geholpen en hem koning van Israël gemaakt. (bijbels verhaal, 1Samuël 19) |
| Na 't zuur zal ik ontvangen van God
mijn Heer dat zoet Daar na zo doet verlangen mijn vorstelijk gemoed: Dat is dat ik mag sterven met eren in dat veld Een eeuwig rijk verwerven als een getrouwe held |
(9) Als ik door de zure appel heb gebeten, zal
God mij belonen met wat ik graag als vorst wil meemaken Namelijk een eervolle dood in een veldslag en daardoor als ware held het eeuwig leven verdienen |
| Niet doet mij meer erbarmen in
mijnen wederspoed Dan dat men ziet verarmen des Konings landen goed Dat u de Spanjaards krenken o edel Neerland zoet Als ik daar aan gedenke mijn edel hart dat bloedt |
(10) het ergste ondanks mijn narigheid vind ik de toenemende armoede in het mooie koninkrijk dat de Spanjaarden dat Nederland flikken als ik daaraan denk, wordt ik treurig (toespeling op de 10e penning) |
| Als een Prins opgezeten met mijner
heires kracht Van den tiran vermeten heb ik den slag verwacht Die bij Maastricht begraven bevreesde mijn geweld Mijn ruiters zag men draven zeer moedig door dat veld |
(11) Te paard als een prins met mijn legermacht heb ik de gemene tiran tot een veldslag uitgedaagd maar die groef zich in bij Maastricht en was laf Mijn ruiters, daarentegen, toonden zich dapper. (tocht langs de Maas oktober 1568) |
| Zo het den wil des Heren op die
tijd had geweest Had ik geern willen keren van u dit zwaar tempeest Maar de Heer van hier boven die alle ding regeert Die men altijd moet loven en heeft het niet begeerd |
(12) Als God het toen goed had gevonden had ik u graag uit de ramp gered maar God die alles overziet en regelt waar men alleen iets goeds van kan zeggen, wilde het niet |
| Zeer prinselijk was gedreven mijn
prinselijk gemoed Standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed Den Heer heb ik gebeden van mijnes harten grond Dat hij mijn zaak wil reden mijn onschuld doen bekend |
(13) Zoals een prins moet zijn, functioneerde
ik als prins Met heel mijn hart ga ik door, hoewel het tegenzit ik heb Jezus uit de grond van mijn hart gevraagd dat hij mijn onschuld bepleit en het met God in orde maakt |
| Oorlof mijn arme schapen die zijt
in groten nood Uw herder zal niet slapen al zijt gij nu verstrooid! Tot God wilt u begeven zijn heilzaam woord neemt aan Als vrome Christen leven 't zal hier haast zijn gedaan |
(14) Ik groet u, mijn arme schapen in nood uw herder zal niet slapen, al is de kudde uit elkaar gevlucht dat u zich met God wilt verbinden, de heilsboodschap aannemen als vroom Christen kunt leven, zal hier spoedig mogelijk zijn |
| Voor God wil ik belijden en zijner
groter macht Dat ik tot genen tijden den Koning heb veracht Dat dat ik God den Here der hoogster Majesteit Heb moeten obediëren in der gerechtigheid |
(15) Aan God die groter is, verantwoord ik mij, dat ik de Koning nooit heb geminacht maar dat ik God, als hoogst geplaatste Heer heb moeten gehoorzamen als morele plicht. |