Mens-mythe
SAM-partij Omhoog

 Uitleg Credo Mens-mythe Ned-mythe Rousseau kritiekenleefgroepen

Ontstaan gezinsleven leefgroepen homoseksualiteit en veelwijverij cultuur godsdienst patriarchaat nomaden getemde dieren landbouw Gevestigde akkerbouwers volken Overbevolking, milieuproblemen en kolonisaties (1) Ambachten Schrift Militaire vaardigheden en wereldrijken Politieke vaardigheden Wetgeving Wetenschappen Humanisme Democratie Liberalisme en socialisme Kolonisatie en dekolonisatie Zelfbeschikkingsrecht Technische revolutie Milieu en overbevolking (2) Toekomstverwachtingen

Ontstaan

De mens ontstond een paar miljoen jaar geleden, ergens in Oost-Afrika, toen een aapachtige voorloper overging op een strandleven en een bestaan in de moerassige gebieden waar een rivier in zee stroomt. Mogelijk waren de hogere binnenlanden dor en onvruchtbaar geworden, misschien waren ze uit het woud verdrongen door andere apensoorten, wij moeten ernaar gissen. Op het strand vonden ze zonnende zeehonden die een makkelijke prooi waren voor een intelligente aap met een knuppel. In de zee en de rivier was er wier en zwommen vissen, die je met een beetje handigheid uit het water kon halen.

Door het leven in en aan de waterkant, veranderde het lichaam: de vacht verdween, een onderhuidse vetlaag kwam ervoor in de plaats, de neus kreeg de typische vorm, geschikt voor een waterleven, spraak en gebaren waren voor de communicatie belangrijker dat geuren, de geslachtsorganen kregen de voor zwemmende dieren meer gunstige vormgeving. De benen kregen een exclusieve loopfunctie, zodat de mens kon waden en door zijn lengte grote afstanden kon overzien. Ook het vermogen om te huilen is een eigenschap van dieren die aan de kust leven en hun ogen vochtig moeten houden. Het is bekend dat waterdieren snel grotere hersenen krijgen, want het vergt veel samenwerking en handigheid om er iets te vangen. zo ook de mens. De voorliefde van de mens voor het strand en voor zwemmen herinnert nog altijd aan zijn ontstaan.

gezinsleven

De mens heeft een zeer lange jeugd. Het oefenen van handigheidjes en het leren van samenwerking in de groep, geeft blijkbaar een beslissende voorsprong. Ook de hoge ouderdom die de mens bereikt, moet daarmee samenhangen. De vrouw heeft bij de zware taak om kinderen op te voeden hulp nodig. Als enige apensoort weet zij de man aan zich te binden door het tijdstip van de ovulatie verborgen te houden, waardoor de man voortdurend bij haar in de buurt moet blijven en regelmatig seks met haar moet hebben om zeker te zijn dat hij vader is van de kinderen. Het regelmatige seksleven van de mens is de lijm waarmee het gezin bij elkaar blijft. Het is niet duidelijk hoe in de eerste gemeenschappen de gezagsverhoudingen lagen. Het kan heel goed een matriarchaat geweest zijn, omdat vrouwen van nature tot onderlinge afspraken komen en zo de mannen voor voldongen feiten stelden. Vrouwen hebben een iets beter ontwikkeld taalgevoel dan mannen, zodat je bijna zou zeggen dat spraak en taal een behoefte en uitvinding van de vrouw moet zijn geweest.

De SAM-partij meent dat tegenwoordig het combineren van wonen en werken voor gezinnen moet worden bevorderd door de overheid. Van nature heeft de vrouw altijd gewerkt. Alleen in een patriarchale omgeving wordt zij als een edel stuk vee gezien, dat je moet afschermen van de wereld. Kinderopvang door de overheid moet eigenlijk gezien worden als de vervanging van de rol van de grootmoeder.

leefgroepen

Wij stellen ons voor dat gezinnen, afhankelijk van de plannen, samenwerkten in leefgroepen. Gezien het feit dat de tegenwoordige mens ongeveer 100 tot 200 vrienden, kennissen en bekenden in zijn adresboekje heeft staan, nemen wij aan dat dat ongeveer de omvang van zo'n leefgroep moet zijn geweest. (dus tussen de 20 en 40 gezinnen en wat loslopende mannen) De mannen zullen teams hebben gevormd voor de jacht, als er een grote prooi in beeld kwam, zullen er grotere teams zijn gevormd. De leefgroepen hadden dus een los verband, waarbij gezinnen konden besluiten om verder te gaan met een andere leefgroep. De mens bezit van nature de benodigde sociale vaardigheden om zich aan te sluiten bij een totaal nieuwe groep. De beslissing om over te gaan naar een andere groep wordt vermoedelijk door de vrouw genomen of veroorzaakt. Als een vrouw haar positie binnen de vrouwenkern van een groep niet kon handhaven, is zij met haar kinderen in acute problemen en ligt aansluiting bij een andere leefgroep voor de hand. Het is ook mogelijk dat ongehuwde vrouwen werden uitgeruild met of geroofd door andere groepen. 'Vers bloed' voorkomt immers inteeltverschijnselen.

De SAM-partij meent dat het ontstaan van functionerende leefgroepen zou moeten worden bevorderd om een vervreemding door de stedelijke omgeving tegen te gaan.

homoseksualiteit en veelwijverij

De vraag of homoseksualiteit een natuurlijk verschijnsel kan worden genoemd, moet worden beantwoord aan de hand van bovengeschetste leefgroepen. Biologisch gezien kan het voor een diersoort een voordeel opleveren als er in een kudde exemplaren voorkomen die niet aan de voortplanting deelnemen, maar wel een rol vervullen in de bescherming. Bij grazers zien wij dat de stieren aan de buitenkant van de kudde lopen en de koeien en kalfjes aan de binnenkant. Hoewel maar enkele stieren tot voortplanting komen, vervullen de overige stieren een wezenlijke bijdrage. Op dezelfde manier kan de aanwezigheid van mannen die geen gezinsleven ambiëren, op cruciale momenten het voorbestaan van de soort bevorderen door bij te springen in gezinnen met problemen, door gevaarlijke klussen op te knappen en dergelijke. Wij denken dat een leefgroep met een zekere hoeveelheid van dergelijke mannen meer overlevingskansen heeft dan een leefgroep die bestaat uit louter gezinnen. Dit moet dan ook de verklaring zijn voor de 5 tot 10 procent homoseksuelen in de bevolking. Als homoseksualiteit binnen de huidige beschaving geen bijdrage zou leveren aan de soort, dan is biologisch gezien de beschavingsperiode van misschien 2500 jaar te kort om de betreffende genen uit de populatie te laten verdwijnen. Hetzelfde geldt voor weduwenzorg. Als een man voortijdig overlijdt, dan kan een vrouw met een volwassen homoseksuele zoon beter af zijn dan een vrouw met alleen heteroseksuele zoons die al zorg genoeg hebben met hun eigen gezin. Natuurlijk dan kan het een uitkomst zijn als een man met twee vrouwen verdergaat. Dit kan verklaren waarom de mens van nature aanleg heeft voor een milde vorm van veelwijverij.

De SAM-partij meent dat homoseksuele relaties en relaties met meer dan twee partners de status van een huwelijk moeten kunnen krijgen.

cultuur

De spraak, die hij ontwikkeld had, gaf aanleiding tot een nieuw fenomeen: een cultuur. De mogelijkheid om een geschiedenis te vertellen, om afspraken te maken die langere tijd gelden, om te waarschuwen voor gevaren die op dat ogenblik niet zichtbaar zijn, om handigheidjes te leren, gaven de mens een blijvende voorsprong. Ook de armen en handen die hij volledig vrij had om gereedschappen te hanteren en zijn omgeving te manipuleren droegen bij aan de culturele voorsprong. De gewoonte om onderkomens te bouwen, tenten of hutten zal ook in deze periode reeds ontstaan zijn. Er is nog nooit, waar dan ook, een volk aangetroffen, hoe primitief ook, dat geen onderkomens bouwt. De vrouw speelt in de overdracht van culturele en sociale vaardigheden en in het bepalen van de groepsidentiteit een sleutelrol. De Joodse wetten, die bepalen dat een Jood iemand is met een Joodse moeder hebben deze sleutelrol impliciet bevestigd. Het feit dat er na jarenlange onderdrukking nog Joden zijn, hangt met deze bepaling samen.

godsdienst

Het is niet geheel duidelijk waar de notie van een hoger wezen vandaan kwam. Mogelijk is het ontwikkeld uit voorouderverering: de geschiedenis kreeg mythologische vormen. Mogelijk ontstond er verwondering over de wereld, waarvan de ontzagwekkende fenomenen om een verklaring vroegen. Taal maakt het mogelijk om een wezen te omschrijven dat je niet kunt zien en je kunt er magische eigenschappen aan toekennen. De mens zal ook het gebruik van verdovende middelen hebben ontdekt, waardoor de mogelijkheid van werelden die je normaal niet ziet, maar met zo'n middel wel, kon worden gedemonstreerd. Van dit alles zal hij een religieuze mythe hebben gemaakt, over voorbije werelden toen de mens nog wandelde met de goden, die hem leerden wat hij nu weet en hem de wetten voorschreven die hij nu volgt.

patriarchaat

Wij hebben gesteld dat in de oorspronkelijke leefgroepen een matriarchaat kan hebben geheerst. Immers, het behoud van de groep is afhankelijk van het succes van de vrouwen bij het opvoeden van de kinderen. De problemen van de vrouwen zijn dan allesbepalend, zodat het initiatief om dingen anders te doen, de groep te verplaatsen naar een andere locatie e,d, uit de vrouwengroep moet zijn gekomen. De beslissing zelf zal in een directe democratie door alle volwassen groepsleden zijn genomen (dergelijke groepen waren waarschijnlijk egalitair, zonder duidelijke leidersfiguur) Patriarchaat treedt pas op als het initiatief bij de mannen komt te liggen. Dat is het geval bij het hierna volgende nomadenbestaan en bij het wonen in vaste woonplaatsen. Wij moeten ons realiseren, dat het patriarchaat dus een cultureel effect is, en geen natuurlijk gegeven. Mannen en vrouwen participeren van nature op voet van gelijkwaardigheid, zij het met een rolverdeling.

nomaden

Het leven van jager-verzamelaar is zwaar, omdat het rondsjouwen met kinderen een grote belasting is. Dit beperkt de snelheid waarmee een leefgroep zich kon verplaatsen. Mogelijk zullen inventieve mensen iets hebben bedacht om de baby's en peuters te kunnen meedragen. Tegenwoordig zie je vrouwen met hun kind in een draagdoek, maar ook andere oplossingen, zoals sleden, zijn denkbaar. Als de snelheid toeneemt, wordt het mogelijk om een kudde grazers te volgen bij hun jaarlijkse trek. Het voordeel is, dat je dan altijd vlees in de buurt hebt, terwijl zo'n kudde vanzelf naar watervoorraden loopt. Het trekgedrag van deze dieren gaf de mens inzicht in enorme geografische gebieden. Het maakte hem bewust van seizoenen en van het nut van zomer- en winterverblijven. De mens ging waarschijnlijk zo ver dat hij 'zijn' kudde beschermde tegen andere jagers, zoals wolven en leeuwen. Hij raakte daardoor in zo'n symbiotische verhouding met zijn kudde, die de mens meer als een beschermer leerden waarderen dan als een jager, dat hij op het laatst de dieren kon temmen.

getemde dieren

Tegenwoordig vinden wij nog enkele volken die op deze manier leven: de Lappen en Mongolen die met hun herten rondtrekken, de Masai met hun koeien. Het is zeer waarschijnlijk dat de dieren die tegenwoordig zo'n grote rol spelen in ons bestaan, zoals het paard, de kameel, de koe, het schaap, ooit op deze manier zijn getemd. Het is niet helemaal duidelijk hoe de mens op het temmen van minder waarschijnlijke dieren is gekomen. Mogelijk heeft de beschikking over melk hem daarbij geholpen. Een nest verlaten jonge wolven kan ooit gevonden zijn en dankzij de melk van de grazers verder opgevoed, waarop zij tot een nuttige hulp bleken uit te groeien. Nog steeds experimenteren mensen met onwaarschijnlijke gezelschapsdieren.

landbouw

Mensen die in de wouden leefden, hadden geen grazers om te volgen. Ze schoten af en toe een dier en trokken een beetje rond. daarbij lieten ze zich leiden door planten die vruchten droegen. De gedachte om dergelijke planten een beetje te vertroetelen ligt voor de hand. Indianenstammen in het Amazonewoud hebben een soort trekgedrag, waarbij ze op vijf of zes plekken in het woud planten bij elkaar hebben gebracht die voor hen van belang zijn. Als ze dan een paar weken bij zo'n plek zijn geweest om wat te oogsten en te zorgen, trekken ze verder naar de volgende plek. Het is niet altijd zo, dat daarvoor bomen worden gerooid. Sommige planten groeien beter in de schaduw. Ook in Afrika wordt er op deze wijze nog landbouw bedreven.

Onderzocht moet worden of deze milieuvriendelijke en duurzame vorm van landbouw, waarbij het bos behouden blijft, niet opnieuw kan worden bevorderd.

Gevestigde akkerbouwers

Het kan zijn dat de woudbewoners en de nomadische kuddenvolgers elkaar in het winterseizoen ontmoetten. Dan immers trekken de kudden naar het zuiden om in en rond de bossen te overleven. Dan komt het handig uit als er een voorraadje eten van de akkerbouwer geruild kan worden voor een diertje. Uit deze contacten zullen de vaste winterverblijven zijn ontstaan,  waar 's zomers enkele mensen achterbleven om de akkers te verzorgen. Deze akkers lagen in de volle zon, zodat er grasachtige gewassen konden worden geteeld, die zowel als vee al mensen konden voeden. Soms bleven het aparte volkeren, zoals in de Sahara de Touaregs met kuddes rondtrekken en arabieren landbouw bedrijven en ambachten uitoefenen. Ook de bijbelse Abraham zal zo'n soort leven hebben geleid. Met het vestigen op een vaste plek ontstaan de eerste territoriumaanspraken.

volken

De rondtrekkende en landbouwende leefgroepen spraken door hun intensieve contacten en hun onderlinge huwelijken dezelfde taal. Ze kregen dezelfde godsdienst, een gemeenschappelijke geschiedenis en ook een gemeenschappelijk belang om zich teweer te stellen tegen andere volken die in de buurt woonden. Dit gaf aanleiding tot de eerste oorlogen. Sommige volkeren ontwikkelden een cultuur van krijgerverering, waar de gewoonte van het koppensnellen uit voortkomt, die tegenwoordig nog maar hoogst zelden de kop opsteekt. Ook het maken van slaven en het roven van vrouwen kwam voor. Daarover wordt verteld in de ontstaansgeschiedenis van het Romeinse Rijk. Deze vrouwen brachten dan uiteraard hun cultuur in bij hun heersers en hun kinderen. Volkeren, hoe vijandig ook, hadden zodoende toch een culturele wisselwerking.

Hier zie je dat men het begrip 'cultuur' niet zonder meer aan het begrip 'volk' mag verbinden. later, toen volkeren in rijken werden opgenomen, gingen ze op in een gemeenschappelijke cultuur, die echter de nationale identiteit veelal niet kon vervangen of vernietigen, omdat de mens van nature niet meer loyaliteit en praktisch voorstellingsvermogen heeft dan samenwerkende leefgroepen. Een identiteit dat het niveau van een volk overstijgt (bijvoorbeeld "ik ben wereldburger") is te abstract om beleefd te kunnen worden.

Overbevolking, milieuproblemen en kolonisaties (1)

In sommige gebieden van de wereld ging de landbouw bijzonder handig. In Mesopotamië werd er al spoedig een bevloeiingssysteem aangelegd, waardoor er sprake was van een zekere oogst. Hetzelfde gold in Egypte, in China en in Mexico en in India. Dit gaf aanleiding tot een groei van de bevolking, waardoor er meer akkers nodig waren, zodat op het laatst minder geschikte grond in gebruik moest worden genomen. Het kan niet uitblijven, of er zijn door uitputting van de grond, door insectenplagen, door droogtes geweldige misoogsten geweest. In de bijbel vindt men verhalen terug over zulke rampen. Men zegt dat in Mexico een beschaving hieraan ten onder is gegaan. Ook in Irak ligt een zoutwoestijn die moet zijn ontstaan uit een verkeerd aangelegd irrigatieproject. Alleen in China is er een landbouwmethodiek ontwikkeld die voldoende gevarieerd voedsel opbrengt op een duurzame manier. Dergelijke gebeurtenissen vormden een aanleiding om elders kolonies te vestigen. Je kunt de tocht van Abraham van Ur naar Israel zien als het vestigen van een babylonische kolonie.

De SAM-partij meent dat hun claim toen illegitiem was en het nu weer is.

Ambachten

Het was al snel duidelijk dat de één handiger is als de ander. Zo zijn er werkplaatsen geweest waar men vuursteen bewerkte tot pijlpunten en bijlen. Maar ook pottenbakken werd een ambacht, steenhouwen, houtsnijden, enz. Door de akkerbouw en de handel met nomaden konden dergelijke ambachtslieden een goed bestaan hebben. Het is niet duidelijk hoe men aan metalen is gekomen. Koper was het eerste metaal waarvan werd ontdekt hoe het moest worden gewonnen en bewerkt. Daarna kwamen brons en ijzer. De bijbel verhaalt zelfs van de overgang van het Joodse volk van een bronstijd naar een ijzertijd.

Schrift

Verschillende volkeren ontwikkelden een schrift. Het schrift van de Maya's en Azteken is nog niet helemaal ontcijferd. De Chinezen ontwikkelden en karakterschrift, waarbij elk woord een karakter kreeg. Het moge duidelijk zijn, dat je woordkarakters in elke taal kunt oplezen, zodat dit een communicatiemiddel werd tussen mensen die elkaar verder niet konden verstaan. Dit heeft de mogelijkheid geschapen van een cultuur in een veel groter gebied dan een volk. In Egypte ontwikkelde zich een fonetisch schrift, waarvan tegenwoordig is bewezen dat de Foenisische, Hebreeuwse en Griekse, Latijnse en Cyrillische letters zijn afgeleid. Door het bestaan van fonetische bronnen, is er zelfs een aardig idee hoe de indo-germaanse oertaal moet hebben geklonken en hoe de talen zich over de aarde hebben verspreid. Dankzij de schrift, weten wij van gebeurtenissen die zo'n 5000 jaar terug gaan. Maar van de ongeletterde volkeren weten wij alleen door overleveringen en archeologische vondsten iets.

Militaire vaardigheden en wereldrijken

Oorspronkelijk bevochten volken elkaar met de jachtgereedschappen, de speren, pijl-en-bogen, knuppels, messen e.d. Al gauw werd in deze strijd het nut van bescherming duidelijk. Met een schild kon je een aanval met pijlen, speren en knuppels afweren en met enige handigheid een uitval doen. Ook werd duidelijk dat organisatie en planning van het gevecht een zeker overwicht betekende op een slecht georganiseerde en voorbereide vijand. Daar bovenop kwam de ontwikkeling van echte wapens, waarvan het zwaard het belangrijkste voorbeeld is. Dit betekende dat een volk dat een effectieve militaire traditie opbouwde, andere volkeren kon overheersen en onderwerpen. Een ander aspect was dat versterkte dorpen en steden een voordeel opleverden. Het volk dat het eerste beschikte over dergelijke voorzieningen kon buurvolkeren zonder versterkingen plunderen, zonder te hoeven vrezen voor wraak. Het belegeren en veroveren van een versterkte stad, vergde speciale militaire vaardigheden, die niet elk volk goed onder de knie heeft gekregen. Volkeren die hier wel succes mee boekten, zouden rijken vestigen, en daarin onderworpen volken integreren. Zulke rijken zijn ontstaan in oa. Egypte, Babylon, Perzië, India, China, Mexico, Peru, Griekenland en Italië.

De gedachte van een 'vredesopvoeding' waarbij kinderen geleerd wordt om hun conflicten op een elegante manier af te handelen, slaat dus de plank flink mis. Een oorlog kan principieel niet worden beschouwd als als een uit de hand gelopen ruzie, hoe verleidelijk die analogie ook is. Oorlog is niet 'het onelegant afhandelen van een conflict', het is een politieke actie. Het heeft dan ook niets met gebrek aan sociale vaardigheden te maken. Sterker nog: om succesvol oorlog te voeren moeten de leiders over excellente sociale vaardigheden beschikken om iedereen gemotiveerd te houden en de juiste dingen te laten doen.

Politieke vaardigheden

Het besturen van een rijk, waarin vele verschillende volkeren onderworpen zijn, levert bijzondere problemen op. Zou de nieuwe heerser de adel van het veroverde volk aan de macht laten, met een schatplicht, dan zouden ze een opstand kunnen organiseren. Zou de nieuwe heerser zijn eigen adel daar aanstellen, dan zou deze te machtig kunnen worden en een gooi doen naar het koningschap of een onafhankelijkheid. De oplossing was om bestuursambtenaren, gouverneurs, aan te stellen, die af en toe werden vervangen. Dit is in elk groot rijk de gewoonte geworden. Het nieuwe probleem was dan hoe je aan een geschikte gouverneur kon komen, wat voor eisen aan zo iemand gesteld moesten worden en hoe je kon zien dat hij een goed gouverneur was. Zowel in China, als in Griekenland en waarschijnlijk ook elders ontstonden speciale opleidingsinstituten waar kinderen van hoge komaf werden opgeleid voor bestuursambtenaar. Dit waren in Griekenland en het Romeinse Rijk de filosofische scholen, maar ook het Taoïsme en het Confucianisme in China vinden duidelijk hun oorsprong in de behoefte aan gouverneurs. Hier werden dus de belangrijkste bestuursvaardigheden geformuleerd, nodig om een vreemd volk in een Rijk op te nemen: tolerantie voor hun gewoontes en gebruiken; integriteit; strengheid; rechtvaardigheid; planmatigheid; in acht nemen van formaliteiten, enzovoorts. Een goed gouverneur had rust in de tent en hij bracht flink belastingen binnen.

Wetgeving

Het formuleren van de voorschriften, waaraan de gouverneurs zich hadden te houden, resulteerde al gauw in een schriftelijke wetgeving. Er moest veel ervaring worden opgedaan met het formuleren van wetgeving, waar uit de Griekse scholen nog verhandelingen over bekend zijn. Uit eindelijk moet men stellen dat een succesvol rijk is gebaseerd op goede wetten die toegepast worden door goede gouverneurs. Op het ogenblik dat er aan één van beide iets mankeert, stort het rijk in. Zo kwam het Romeinse rijk ten val, toen de kerk de filosofische scholen had opgeheven, waardoor er algauw geen geschikte gouverneurs meer beschikbaar waren. Het Mongoolse rijk kon zich niet handhaven, door gebrek aan goede wetten en gouverneurs. Met de introductie van op schrift gestelde wetten, kan men met recht spreken van beschaving.

De SAM-partij sluit zich aan bij Rousseau's opvatting dat wetten een weerslag moeten zijn van de volkswil. Dat was in die rijken soms niet het geval, hoewel meestal reeds bestaand gewoontes kracht van wet kregen.

Wetenschappen

Het is niet helemaal duidelijk waarom er op de filosofische scholen ruimte ontstond voor het beoefenen van wetenschap. Waarschijnlijk hebben de machthebbers van grote rijken het gevoel dat een technische voorsprong van het rijk een grotere kans biedt op overleving op lange termijn. Maar natuurlijk zijn er ook praktische vaardigheden die gouverneurs moeten begrijpen om te kunnen rapporteren over hun werk. Ze moeten zich met statistische gegevens kunnen verantwoorden, zodat ze een idee moeten hebben van landmeten, oppervlakte, gewichten, rekenkunde. Voor de zeevaart en bij hun reizen moesten ze methodes hebben om zich te oriënteren. Ook moeten ze eenvoudige wiskundige modellen kunnen doorzien om effecten van hun beleidsvoornemens te kunnen voorspellen. Vooral technische vaardigheden, zoals het bouwen van schepen, paleizen, vestingwerken, aquaducten, rioleringen, het smeden en ontwerpen van wapens waaren van groot belang. Natuurlijk werd er flink geprutst en geblunderd , zoals mislukte piramides in Egypte of dat aquaduct in Spanje waar het water omhoog moest stromen aantonen. De wetenschappen waren in het begin sterk beïnvloed door godsdienstige opvattingen en werden sterk gecontroleerd door de machthebbers. Zo had men had heilige getallen en verhoudingen en astronomie had alleen een astrologische toepassing. Pas met humanisme en de verlichting ontstond er in Europa een wetenschapstraditie die onafhankelijk van machthebbers of kerken kon functioneren. Het vrije onderzoek en vooral ook de de vrijheid om de meest waarschijnlijke verklaring aan te nemen voor de onderzoeksresultaten, gaf een enorme impuls aan de wetenschappelijke kennis, welke resulteerde in een al even indrukwekkende impuls van de technische vaardigheden die de mens van dienst konden zijn.

Humanisme

Door de vestiging van beschavingen kwam er een periode waarin machthebbers en godsdiensten bepaalden wat goed en slecht was. De leefgroepen van weleer konden niet meer functioneren. Aan het einde van de middeleeuwen kwam in Europa een nieuw soort denken op, waarin de legitimiteit van overheden, opvattingen en overtuigingen ter discussie werd gesteld. Omdat gesteld werd dat het welzijn en de vrijheid van de individuele mens de grondslag is van legitiem handelen, wordt deze denkwijze "humanisme" genoemd. Voor de humanist staat de mens centraal; hij moet zeggenschap hebben over zijn eigen leven. Een humanist kan heel goed een godsdienst hebben, maar voor hem is dat een persoonlijke kwestie, die niet kan worden uitgelegd als een onderwerping aan kerkelijke voorschriften. Door de invloed van het humanisme kwam de mens terecht in een emancipatiebeweging die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Democratie

De stadstaten waarmee het Griekse en Romeinse Rijk waren begonnen, kenden een directe democratie. Door de verovering van grote gebieden werd het instellen van een keizer noodzakelijk, zodat het er even op leek dat de monarchie de enige manier is om een groot rijk te besturen. In Europa hadden, door de opkomst van het humanisme en door de toenemende macht van de steden, zich in Zwitserland en Holland democratieën gevestigd. Ook in Engeland werd de koning ondergeschikt gemaakt aan de wet en het parlement. Filosofen, vooral J.J. Rousseau, ontwierpen criteria voor een legitiem bestuur dat bovendien in de praktijk kon functioneren. Door de Franse Revolutie werden deze criteria definitief als leidend erkend.

Rousseau formuleert het begrip soevereiniteit duidelijk als een nationale kwestie. Vreemdelingen nemen niet deel aan het maatschappelijk contract, autochtonen kunnen zich door hun asociale principes daar buiten plaatsen.

Liberalisme en socialisme

Na de Franse Revolutie begon de discussie zich meer en meer toe te spitsen op de legitimiteit van eigendom en inkomen. Het liberalisme neemt het standpunt in dat de accumulatie van eigendom gerechtvaardigd is en dat het streven daarnaar economische welstand brengt. Het socialisme meent dat de accumulatie van eigendom diefstal is en dat het streven ernaar leidt tot een tweedeling van de maatschappij in een onder- en bovenklasse, waarbij de onderklasse tot bittere armoede veroordeeld is. Deze discussie duurt tot op de huidige dag voort, maar in feite moet worden vastgesteld dat men algemeen de onaanvaardbaarheid van een armoedige onderklasse erkent. Dit betekent dat een door de staat georganiseerde inkomens- en eigendomsoverdracht aanvaardbaar is, tot op het ogenblik dat de onderklasse een bepaalde minimum levensstandaard heeft. De discussie gaat tegenwoordig alleen nog over de vraag of die overdracht daarna nog moet doorgaan en tot welke grens de accumulatie van eigendom nog aanvaard kan worden.

De SAM-partij betreurt het, dat in deze discussie het nationale aspect wordt gebagatelliseerd. Zowel het liberalisme als het socialisme hebben een globalistische ideologie die uitsluitend uitgaat van mensenrechten en klassentegenstellingen. Steds meer blijkt dat zo'n ideologie het voortdurend uitbreken van oorlogen niet kan voorkomen en dus hopeloos tekortschiet.

Kolonisatie en dekolonisatie

Door hun geweldige technische voorsprong hadden de Europeanen de beschikking over een militaire macht die elke tegenstand van de achtergebleven volkeren en rijken verpulverde. Op basis hiervan vestigden Europese landen kolonies in alle werelddelen. Dit betekende ook de vestiging van de Europese cultuur in al die werelddelen. Daarmee is de Europese cultuur definitief de wereldcultuur geworden. Wereldwijd worden tegenwoordig de door Europeanen ontwikkelde ideeën en technieken toegepast. De door de Europeanen overheerste volkeren kwamen echter in opstand. Het legitimeren van die opstand was vrij eenvoudig, want ze konden hun overheersers met hun eigen gedachtegoed om de oren slaan.

Zelfbeschikkingsrecht

De eerste kolonie die zich onafhankelijk verklaarde was de Verenigde Staten van Amerika. Hun onafhankelijkheidsverklaring en grondwet zijn ontworpen naar bestaande Europese ideeën, terwijl later die grondwet weer als basis ging dienen voor Europese en andere staten. Het proces van dekolonisatie brengt een feit naar voren dat in het voorbije beschavingsproces nogal ondergesneeuwd is geraakt: niet alleen bestaat er een zelfbeschikkingsrecht van de individuele mens, er bestaat ook een zelfbeschikkingsrecht van het individuele volk. Het overheersen van het ene volk door het andere, is in het dekolonisatieproces definitief ontmaskerd als illegitiem. Heden zien wij dan ook vele brandhaarden in de wereld, die ontstaan doordat een onderdrukt volk zijn onafhankelijkheid opeist dan wel herstel van de grenzen van het territorium.

De weldenkende mens kan geen ander standpunt innemen dan dat zo'n volk een legitieme zaak bevecht.

Technische revolutie

De wetenschappelijke vrijheid die door het humanisme werd mogelijk gemaakt, heeft vooral in de 18e eeuw in Engeland geleid tot de 'industriële revolutie', waardoor met behulp van machines het tempo van de productie aanzienlijk kon worden opgevoerd, soms zelfs met een kwaliteitsverbetering. Engeland zou hierdoor in de 19e eeuw een industriële grootmacht worden. Andere Europese landen, maar ook de Verenigde Staten en Japan zouden het Engelse voorbeeld volgen. De toen bereikte voorsprong op andere landen is nog steeds aanwezig, doordat deze in de 19e eeuw veelal koloniën waren en doordat ze na de dekolonisatie in de 20e eeuw veelal verscheurd werden door innerlijke conflicten. Waar in de 19e eeuw vooral de staalfabricage en verwerking revolutionaire gevolgen had voor de samenleving, kwam er aan het begin van de 20e eeuw een enorme stroom uitvindingen op gang die de mens zo ongeveer goddelijke mogelijkheden boden: het vliegtuig, de telefoon, radio, televisie, computer, ruimtevaart, transplantatie, gentechnologie, de atoombom, enzovoorts. Deze stroom van uitvindingen is tegenwoordig nog steeds aan de gang.

Wij kunnen de consequenties van deze ontwikkeling niet overzien. De ethische vraagstukken die hier rijzen zullen in een directe democratie het beste worden opgelost.

Milieu en overbevolking (2)

Het milieu is in de 19e en 20e eeuw door de uitstoot van rook en de enorme hoeveelheid afval die bij de productie en consumptie van de ongekende hoeveelheid goederen vrijkwam flink beschadigd. Heden worden de effecten zichtbaar van de globale opwarming van de wereld door de zogenaamde 'broeikasgassen'. Er komen steeds meer overstromingen, droogtes en bosbranden. Ook worden de woestijnen elk jaar groter door de kap van wouden en de overbegrazing door vee. Een gedeelte van Zuid Azië wordt bedekt door een giftige wolk van drie kilometer hoog. Steeds grotere arealen landbouwgrond raken vergiftigd met uiteenlopende afvalproducten, variërend van radioactieve gebieden in Rusland tot vervuiling met zware metalen rond industriegebieden. De wereldbevolking is nu zo'n 10 miljard mensen, waarschijnlijk is dat een veelvoud van wat onze planeet op een duurzame wijze kan onderhouden.

De ervaring leert dat de vruchtbaarheid van de bevolking afneemt bij toenemende welvaard. Daarom stelt de SAM-partij geen speciale maatregelen voor, behalve het bevorderen van de toegang tot contraceptiva. Wij menen dat onze ideologie voorziet in voldoende welvaartsverbetering voor alle volkeren om dit probleem vanzelf opgelost te zien worden.

Toekomstverwachtingen

Men verwacht dat over een aantal jaren 70 % van de mensen in een stedelijke omgeving zullen wonen. Alleen enkele kleine arealen oerbos zullen ons nog resten. De mensheid zal elk stukje land dat daarvoor geschikt is, gebruiken voor de voedselproductie. Dit op zichzelf al zal klimaatveranderingen veroorzaken, die het landbouwareaal verder zullen aantasten. Daar bovenop komt dat door het globaal gebruiken van maar enkele gewasrassen, er een risico wordt geschapen van een globale misoogst ten gevolge van aantasting door een schimmeltje of insect. De uitstoot van broeikasgassen zal toenemen, waardoor er geweldige overstromingen en droogteperiodes zullen optreden. Wij kunnen dan wereldwijde hongersnoden tegemoet zien. De voormalige kolonies zullen vermoedelijk spoedig uiteenvallen in de samenstellende volkeren, die hun recht op zelfbeschikking claimen. Hetzelfde proces is reeds gaande in Joegoslavië en Rusland. Het fundamentalisme binnen de Islam neemt zeer gevaarlijke vormen aan. Een aantal vitale mineralen zal over enige decennia niet meer goedkoop gewonnen kunnen worden. De conflicten die dit alles met zich mee zal brengen, kunnen uitlopen op een massale schending van de mensenrechten en zelfs op een rampzalige atoomoorlog.

Er lijkt maar één remedie tegen al deze problemen: het laatste nog sluimerende goddelijke vermogen van de mens zal moeten ontwaken, dat is verstand, compassie, rechtvaardigheid en de bereidheid om te delen. Het is het doel van de SAM-partij om een politieke ordening tot stand te brengen waarin deze menselijke vermogens tot uiting komen in de gang van zaken binnen de individuele vrije volkeren en hun wereldgemeenschap.