leefgroepen
SAM-partij Omhoog

 

 

Inleiding Model van een leefgroep Vruchtbaarheid Vrouwenkern Mannengroepen Ouderen Kinderen Rituelen Besluitvorming Een formele procedure Splitsen Een volk ontstaat Wat als er een vaste woonplaats komt De leefgroep in onze tijd verwijzingen

Inleiding

De mens is van nature toegerust om in leefgroepen te leven. Het doel van deze pagina is om te beschrijven hoe zo'n leefgroep er volgens ons uitziet en hoe deze functioneert. In latere uitwerkingen van onze ideologie kunnen wij hierop dan teruggrijpen, om aan te geven hoe wij tot specificaties komen voor het plannen van steden en dorpen. Ook het begrip 'menselijke maat' moet onderbouwd worden met argumenten, die teruggrijpen op de menselijke natuur, in dit geval dus op hoe de mens van nature samenleeft. Wij zijn van mening dat een organisatie van een bedrijf of samenleving zoveel mogelijk moet aansluiten bij deze menselijke natuur, omdat het dan waarschijnlijk is dat de participanten zich prettig voelen en optimaal kunnen functioneren.

Model van een leefgroep

Als van oorsprong de mens blijft behoren tot de leefgroep waarin hij is geboren, en hij wordt ongeveer 60 jaar oud, dan leert een eenvoudig rekensommetje, dat als er jaarlijks een jongen en een meisje bijkomen en een oude man en oude vrouw afgaan, onze leefgroep 120 individuen telt. Dunbar heeft op grond van de grootteverhoudingen tussen de hersenen, berekend dat de mens in groepen van ongeveer 150 individuen leeft. Getallen van deze orde van grootte komen voortdurend tevoorschijn, als men het over groepen heeft, waar een egalitaire samenleving mogelijk is, grotere groepen moeten een leiderschap instellen.

Vruchtbaarheid

Onze leefgroep telt dus 30 vruchtbare vrouwen (15 tm 45 jaar), die elke drie jaar zwanger zijn, om vervolgens twee jaar een baby te moeten zogen en verzorgen. Een vrouw krijgt gedurende haar leven dus elf kinderen, waarvan zij er twee volwassen ziet worden in het geval van een gelijk blijvende groepsgrootte. Bij groei van de goep, zal de kindersterfte iets lager moeten zijn. Gedacht moet dan worden aan drie van de elf die het 'halen'. Onze leefgroep heeft nu de zorg over elf baby's in het eerste levensjaar en zes in het tweede levensjaar. Vervolgens zijn er twee peuters van drie, die in leven blijven, in totaal twaalf jongens en twaalf meisjes (voor het gemak heb ik in mijn modelleefgroep de kindersterfte in de eerste twee levensjaren geplaatst)

Vrouwenkern

Stelt u zich voor: 30 vrouwen, waarvan er 10 zwanger zijn, 17 rondzeulen met een baby, waarvan 15 ook nog eens een ouder kind hebben. De menselijke baby is totaal hulpeloos, waar bovenop komt dat de zeer lange jeugd het verzorgen van meerdere kinderen noodzakelijk maakt. Deze vrouwen hebben een zwaar leven, ze hebben bij het zogen veel eiwit nodig, zodat ze steun van hun man moeten hebben in de vorm van opbrengst van de jacht en helpen bij het dragen van het kind. Grootmoeders moeten zich ook voor hun dochters en kleinkinderen inzetten, ze helpen als vroedvrouw en bij het verzamelen van planten, vruchten en zaden. Ook moeten ze elkaar helpen met babysitten en de emoties die het gevolg zijn van het ziek worden en overlijden van hun kind. Vrouwen blijven zodoende een beetje bij elkaar, helpen elkaar, steunen elkaar. Van nature denken wij dat in een leefgroep een vrouwenkern ontstaat. Wij merken op dat vrouwen die voor zichzelf opkomen meer overlevingskansen voor hun kinderen creëren dan wanneer ze zich opofferingsgezind gedragen. Vrouwen zullen bij conflicten dus tot een werkbare modus willen komen, maar daarbij nooit accepteren dat een andere vrouw meer krijgt dan zijzelf. 

Mannengroepen

De jacht en het verkennen wordt uitgevoerd door de mannen. Deze organiseren zich in teams van wisselende omvang, als naar gelang de kansen die zich voordoen. Ze leggen daarbij grote afstanden af, met tochten die soms meerdere dagen duren. Als er zich tijdens de jacht ruzies voordoen, is het van groot belang dat het gemeenschappelijke doel prevaleert boven de persoonlijke kwestie. Mannen zullen bij conflicten dus geneigd zijn om er het zwijgen toe te doen. Dit verschil in omgaan met conflicten bestaat nu nog steeds.

Ouderen

Als een kind twee jaar wordt, dan hoeft het niet meer zo vaak gedragen te worden. Ook de levensverwachting is zeer gunstig. Met name de ouderen van de groep zullen zich over hen willen ontfermen. Wij denken dat ze daarbij niet kieskeurig zullen zijn geweest of het nu hun eigen kleinkind betreft of andermans kleinkind. Zij zullen daardoor de hele leefgroep onderwijs geven, waardoor er een gemeenschappelijk beleefde dankbaarheid ontstaat voor bepaalde ouderen, die tot uitdrukking komt in een verering na de dood. Wij denken dat de oude mannen met de jongens oefenden in jachttechnieken, terwijl de meisjes vooral zullen zijn ingeschakeld bij de kinderverzorging. De geheugenfunctie van de ouderen komt ook te pas bij natuurrampen, omdat ze dan aan kunnen geven hoe de groep bij een vorige ramp heeft overleefd

Kinderen

Wij geloven dat de kinderen in de buurt bleven van de vrouwenkern en werden ingeschakeld bij de babyverzorging. Ze leerden meer en meer. Weeskinderen hadden een overlevingskans als er levende grootouders zijn. Zonder moeder komt niemand voor ze op.

Rituelen

In onze leefgroep is er elk jaar een huwelijk, bovendien overlijden er jaarlijks een oudere man en vrouw. Daar bovenop komt het overlijden van negen baby's. Wij stellen ons voor dat dit met een ritueel werd bekrachtigd. De mens heeft, voor zover bekend, altijd iets gedaan om te voorkomen dat roofdieren menselijke resten eten. Het lijk werd verbrand, begraven of men liet het de rivier afdrijven. Het ritueel bij een baby zal bescheidener zijn geweest dan bij een oudere. Het besef van de nabijheid van de dood, zal zeker ook religieuze gedachten hebben gevoed.

Besluitvorming

De opbrengst van het nabije terrein neemt na verloop van tijd af, zodat steeds verder gelopen moet worden om voedsel te verzamelen. Het is dus handiger als de leefgroep regelmatig ergens anders een kampement inricht. Het zijn natuurlijk de verzamelaars, de vrouwen, die moeten aangeven dat het terrein weinig meer opbrengt. Een andere reden om te verkassen zal hygiënisch van aard zijn. Hoewel de mensen buitengewoon gezond waren, zal het toch repercussies hebben als 120 mensen dagelijks in de buurt van het kamp hun behoefte doen. Zo'n kamp wordt natuurlijk het liefst aan een rivieroever of de kust gepland, zodat veel behoeftes in het water kunnen worden gedaan, maar toch hoopt er zich rondom veel op. Zeker als er op een bepaalde locatie veel baby's ziek worden en er enkele overlijden, zullen de vrouwen snel besluiten dat ze er weg willen.

Een formele procedure

Wij stellen ons voor dat de besluitvorming een formeel verloop kreeg, gebonden aan de stand van de maan. De volle maan maakt nachtelijke activiteiten mogelijk, zodat wij denken dat de leefgroep aan het einde van elke maand bijeenkwam. De volle maan zal men op een zondag hebben laten vallen (de maancyclus is vrij exact een vierwekelijkse periode, zodat het voor de hand ligt om aan de nemen dat de weekdagen oorspronkelijk aan de hand van die cyclus werden benoemd) De besluitvorming stellen wij ons voor in de volgende stappen:
stap 1: In de loop van de maand worden voorstellen gedaan, die worden besproken in de vrouwengroep en de daar bij in de buurt verblijvende ouderen. De individuele vrouwen bespreken het voorstel met hun man.
stap 2: Op vrijdagmiddag komt de vrouwenkern formeel bijeen om de besluiten over het standpunt van de vrouwen. Voorstellen die door de vrouwen worden verworpen worden verder niet besproken, voorstellen waar vrouwen niet duidelijk uit zijn, gaan verder.
Gemeenschappelijke mythe (1)
stap 3: Diezelfde vrijdagavond bespreken de ouderen de voorstellen die niet verworpen zijn voor de hele gemeenschap. Die belichten de mythes van de leefgroep: de geschiedenis, hun ervaringen, de tradities, de voors en de tegens, zonder verder een standpunt in te nemen. Dan gaat iedereen er een nachtje over slapen.
stap 4: Op zaterdag komen de mannen eerst in kleine groepjes bijeen en later plenair in de hele leefgroep. Zij richten zich vooral op de praktische uitwerking van de verschillende voorstellen. Tenslotte: als er gesjouwd moet worden en een nieuw onderkomen gebouwd, dan moeten zij het doen. Voorstellen waar de mannen unaniem tegen zijn, zijn eveneens verworpen.
stap 5: Er wordt nu gestemd over de resterende opties, alle volwassenen, mannen en vrouwen hebben een stem. Zodoende is er een directe democratie, waarbij het onmogelijk is om tegen de belangen van vrouwen en kinderen te beslissen, idem voor de belangen van de mannen en waarbij de inbreng van de ouderen een belangrijke rol heeft.
Gemeenschappelijke mythe (2)
stap 6: Op zondag worden de eerste voorbereidingen getroffen om het besluit uit te voeren. Bovendien worden door de ouderen een ceremonie geleid om te zorgen dat het besluit aan de gemeenschappelijke mythe wordt toegevoegd en iedereen daaraan loyaal is. De zegen van de voorouders wordt gevraagd, er volgt het volle maan feest. Hierdoor wordt de eenheid van de leefgroep bevestigd, zodat iedereen, ook de tegenstemmers het besluit loyaal zal uitvoeren.
stap 7: Op maandag en eventueel de daaropvolgende dagen wordt het besluit uitgevoerd door een gemotiveerde en krachtige leefgroep.

Splitsen

Gesteld dat de kindersterfte in een gunstig gebied lager wordt en elke vrouw bijvoorbeeld drie nakomelingen in leven houdt in plaats van twee. Dan is na 60 jaar de goep uitgegroeid tot 180 personen en na nog weer 60 jaar zal het 240 personen zijn. Het moge duidelijk zijn, dat dan het nabije terrein sneller is leeggeplukt, terwijl bovendien de vrouwenkern zo groot wordt dat blijvende conflicten eigenlijk niet kunnen uitblijven. Ons vermoeden is, dat er bij een dergelijke groepsgrootte een opsplitsing plaatsvindt in twee groepen die elk huns weegs gaan. Wij denken dat dit vooral voor de hand zal liggen als de vrouwenkern gesplitst zou raken in twee ongeveer even grote fracties.

Een volk ontstaat

Er zijn nu twee groepen met een gemeenschappelijke geschiedenis. De leden kennen elkaar, men spreekt dezelfde taal en trekt rond in de buurt. Het ligt voor de hand dat de groepen elkaar zo nu en dan ontmoeten en vrouwen uitwisselen die het een een andere vrouwenkern willen proberen of die trouwen met een man uit de andere groep. Ze wisselen dan ook informatie uit en waarschijnlijk vieren ze samen een feest. Een volk is dus een verbond van samenwerkende groepen, waarbij onderling trouwen en de gemeenschappelijke geschiedenis de belangrijkste kenmerken zijn. In principe kan een volk duizenden leefgroepen omvatten, zonder dat er sprake is van een centraal bestuur. Het enige kenmerk is de samenwerking, die zich uit in onderlinge huwelijken. Leefgroepen die tot zo'n onderlinge samenwerking niet bereid zijn, horen niet bij dit volk. Het is theoretisch mogelijk dat verschillende volkeren in hetzelfde gebied door en om elkaar heen lopen en jagen. Maar in de praktijk lijkt het ons voor natuurlijke leefgroepen niet voor de hand liggen om zich zo isolationistisch op te stellen.

Wat als er een vaste woonplaats komt

Vaste woonplaatsen, mogelijk gemaakt door akkerbouw, betekenen een claim op een gebied, waarbij waarschijnlijk bevriende leefgroepen worden getolereerd en vijandige leefgroepen aangevallen. Vaste woonplaatsen zijn het begin van oorlog. Bovendien zijn ze het begin van vele andere problemen. Wat blijft er van directe democratie en gelijkwaardigheid over? Waarschijnlijk wordt de vrouwenkern uit elkaar gespeeld en komt het kerngezin in beeld als de basiseenheid. Hierin speelt de man, die veel minder vaak op jacht is, de baas. Een ander probleem is dat de bevolking flink gaat groeien op basis van de opbrengst van de akkerbouw. Het dorp wordt dan veel groter dat de 'natuurlijke' groepsgrootte. Bij zo'n omvang moet een bestuur worden ingesteld. Oorspronkelijk zal dit nog met directe democratie worden gekozen, maar gaandeweg is te verwachten dat rijkere dorpelingen het bestuur in handen krijgen ten koste van armere. Wij geloven echter dat zich altijd van nature, mede ook door het praktische belang, vrouwenkernen zullen vormen, die dan weer de basis zijn voor informele leefgroepen. Een wijkje of een straatje waar mensen intensief samenleven.

De leefgroep in onze tijd

In onze tijd is de vorming van vrouwenkernen steeds minder waarschijnlijk geworden. Het vestigen van vreemdelingen in volksbuurten heeft de laatste sociale structuren in de steden vernietigd. Ook de nieuwbouw bij dorpen en de geringe bereidheid van buurvrouwen om elkaar te ontmoeten zijn dodelijk voor het ontstaan van nieuwe leefgroepen. Wij zien nog wel mannenteams, maar de echte leefgroep komt in Nederland niet meer tot stand. Hierdoor treedt een geweldige vervreemding op. Er zijn enkele initiatieven waarbij woningen rond een hofje worden gebouwd waar een gemeenschappelijke ruimte is. Dit is zeer toe te juichen. Wij bevelen aan, om daarbij te proberen om een directe democratie volgens het hierboven geschetste model op te zetten, zodat de gemeenschappelijke voorzieningen geschikt zijn en blijven voor het opvoeden van kinderen en patriarchale neigingen worden doorbroken.

Verwijzingen

Een website van een groepering die een duurzame levenswijze aanbeveelt bevat een pagina waarin een aantal vooroordelen over jager-verzamelaar volkeren worden ontzenuwd: http://eces.org/es/sahlins.shtml