Ideologie
SAM-partij

 Filosofie Ideologie zionisme Organisatie Bedoeling website VerwijzingenUitleg naam Uitwerking ideologie Wilhelmus vergelijkingen De open markt normen en waarden mondiale geldigheid misvattingen

Ideologische uitgangspunten

van de Sociaal-Autarkistisch Meritocratische Partij

1. De wet van de jungle is onaanvaardbaar.

Het is de taak van de overheid om de uitwerking van deze wet tegen te gaan. De zwakken moeten beschermd worden. Dus moet de overheid maatregelen nemen ter voorkoming van gevaar, misdaad, bedrog, vernedering, ziekte, ondervoeding en armoede.

2. De heiligheid van de mens.

Elk mens heeft bestaansrecht en zelfbeschikkingsrecht, hoe hij zijn leven ook inricht. Niemand hoeft 'nuttig' te zijn. Alle burgers moeten de gelegenheid krijgen om naar vermogen zinvol onderwijs te genieten en/of zinvolle arbeid te verrichten. De individuele keuzes van de burgers mogen geen onderwerp zijn van overheidsingrijpen, tenzij deze burgers activiteiten ontplooien die de heiligheid van medeburgers aantasten.

3. Het onvervreemdbare recht van de mens op de verdediging van lijf en goed.

Burgers dienen het recht te krijgen zich teweer stellen tegen criminelen en overlast. De overheid dient haar burgers derhalve toe te staan zich tot op zekere hoogte te bewapenen.

4. De gemeenschappelijkheid van de openbare en publieke voorzieningen.

Elke burger heeft -binnen redelijke grenzen- het recht zich op openbare grond te begeven. Hij heeft ook -binnen redelijke grenzen- het recht om van openbare voorzieningen gebruik te maken. De burger heeft het het recht en de plicht om te assimileren en participeren in de cultuur en historie van de gemeenschap.

5. De beperkte taak van de overheid.

De overheid heeft geen taken buiten het publieke domein. De overheid heeft niet de taak om burgers af te houden van het nemen van risico's. De overheid dient geen luxe voorzieningen te treffen. Een overheidsdienst moet slechts zijn: efficiënt, eenvoudig en degelijk. De overheid dient zich te onthouden van betutteling. De overheid mag niet een bepaalde godsdienst bevoordelen boven een andere.

6. De suprematie van het volk.

De overheid dient gehoorzaam te zijn aan de wil van het volk, voor zover het de uitoefening van overheidstaken betreft. Dus: besluiten moeten democratisch genomen en getoetst worden, functionarissen moeten democratisch gekozen worden uit geschikte kandidaten.

7. De soevereiniteit van de staat.

De staat dient ongewenste vreemdelingen te weren van haar grondgebied. De staat dient in het buitenland verblijvende burgers te hulp te komen bij problemen. De staat dient de verdediging van het eigen grondgebied te organiseren. De nationale wetten prevaleren boven internationale wet- en regelgeving.

8. Het respect voor de soevereiniteit van andere staten.

Volkeren hebben het recht om uit een federatie te stappen. Wetgeving mag geen mondiale werking hebben. Wetgeving mag geen betrekking hebben op burgers van een ander land. Echter: waar een ander land de heiligheid van de mens schendt, door vernederende en betuttelende maatregelen, bestaat het recht om de onderdrukte burgers van die andere staat te helpen.

9. Het principe van zelfvoorzienendheid van de staat.

De staat dient binnenlandse bedrijvigheid te beschermen tegen buitenlandse concurrentie, opdat voedsel, energie, veiligheid en infrastructuur in eigen beheer kunnen worden geproduceerd.

10. Het principe van de open markt voor goederen en diensten die kleinschalig geproduceerd en gedistribueerd kunnen worden.

De overheid dient het streven van ondernemers naar een gesloten markt tegen te gaan. Derhalve moet er geen gelegenheid zijn voor vormen van monopolies, kartels, prijsdumping, prijsafspraken, gildensystemen, maffiasystemen, enz. Ook dient de overheid zich te onthouden van concurrentiebelemmerende regulering.

11. Het principe van overheidsmonopolie of strenge regulering voor diensten die grootschalig geproduceerd of gedistribueerd moeten worden.

Het gaat hier over openbaar vervoer, energie, telefonie, posterijen, ziekenhuisvoorzieningen, onderwijs, verzekeringen en veiligheid.

12. Het principe dat de grond moet behoren aan wie het bewoont, er een bedrijf op uitoefent, of bewerkt.

Tevens het principe dat grond die niet wordt bewoont of gebruikt, geen privaat eigendom dient te zijn. De overheid kan dit met speciale belastingmaatregelen bevorderen.

13. De noodzaak om kinderen te vrijwaren van geweld en leugenachtigheid in de opvoeding.

Kinderen hebben het onvervreemdbare recht de identiteit van hun biologische ouders te kennen. Kinderen moeten worden beschermd tegen mutilatie en misbruik. Kinderen moeten de gelegenheid krijgen onderwijs te volgen dat bij hun talenten past, ongeacht geslacht of afkomst.

14. De erkenning dat verschillen tussen mensen, verschillen in rechten en aanspraken met zich meebrengen.

Talentvolle burgers hebben aanspraak op overeenkomstig onderwijs. De verantwoordelijkheid van begaafde burgers die zich nuttig maken voor de samenleving dient gepaard te gaan met publieke waardering in de vorm van speciale rechten. Deze speciale rechten kunnen zich uitstrekken tot voordelen voor kinderen van zulke burgers. Ook dient men burgers die de samenleving schaden in bepaalde rechten te beknotten.

15. Het onverbrekelijke verband tussen individuele vrijheid en collectieve vrijheid.

16. De gemeenschappelijkheid van kennis

17. De noodzaak van leiding door een integere elite.

18. De eis van loyaliteit aan het volk, de natie en de cultuur; respect voor de mythe die aan de samenleving ten grondslag ligt.

19. Het zelfbeschikkingsrecht van volkeren.

20. Het uitgangspunt dat federaties alleen op basis van vrijwilligheid worden aangegaan en voortgezet; een natie heeft het onvervreemdbare recht om verdragen op te zeggen en federaties te verlaten.