De open markt
SAM-partij Omhoog

 Uitleg naam Uitwerking ideologie Wilhelmus vergelijkingen De open markt normen en waarden mondiale geldigheid misvattingen

kapitalisme  -  gildensysteem  -  maffiasysteem  -  communisme  -  verschil vij-open maatregelen

Het verschil tussen een open markt en een vrije markt, inleiding.

De economie gebruikt in haar modellen het begrip 'markt'. Daarmee wordt bedoeld een context waarin aanbieders en afnemers van een product of dienst tot een prijsovereenkomst komen. Het aantal aanbieders is meestal veel kleiner dan het aantal afnemers. In zo'n geval kunnen de aanbieders met elkaar samenwerken om de prijs op te schroeven en de komst van nieuwe aanbieders die 'de markt bederven' of de 'spoeling dun maken' verhinderen.

Bij een speciale markt, de arbeidsmarkt, ligt dit andersom. Het aantal afnemers is juist veel kleiner dan het aantal aanbieders. Nu kunnen dus de afnemers samenwerken om de prijs omlaag te brengen en eventueel nieuwe aanbieders in de markt te brengen, als die 'overspannen' zou zijn.

Vier manieren om de markt te sluiten.

Kapitalisme: de markt sluiten door samenwerking en tenslotte prijsdumpen.

Karl Marx heeft als verdienste dat hij deze twee mechanismen bij elkaar bracht, om daarmee de diepe ellende van de arbeiders aan het einde van de 19e eeuw te verklaren. Een bepaalde elitegroep die de productiemiddelen bezit, de 'kapitalisten', kunnen door onderlinge samenwerking drie markten naar hun hand zetten.

1. De eerste markt waar kapitalisten gemakkelijk tot samenwerking komen, is de arbeidsmarkt. De enige manier om hun spel te doorbreken, bleek de organisatie van de arbeiders in vakbonden.

2. De tweede markt waar kapitalisten gemakkelijk tot samenwerking komen is de grondstoffenmarkt. Naarmate het aantal aanbieders groter is, zal dit meer succes hebben. Het inkopen van koffie en katoen ten koste van de welvaart van de boeren, gaat bijvoorbeeld veel makkelijker dan het inkopen van olie, waar olieproducerende staten ook gemakkelijk tot samenwerking kunnen komen

3. De derde markt waar kapitalisten tot samenwerking komen is de afzetmarkt. Hoe meer consumenten, hoe makkelijker. Maar toch, daar waar de overheid de enige consument is, weten kapitalisten ook nog wel iets te ritselen. Een voorbeeld dat laatste is de aannemerij, die tegenwoordig met de bouwfraude-enquete nogal in beeld is.

Tenslotte proberen de kapitalisten de kleine aanbieders uit hun markt te drukken, door het beperken van toegang tot de arbeidsmarkt (o.a. door concurrentiebedingen), beperken van toegang tot de inkoopmarkt (o.a. door exclusieve contracten met producenten) en tenslotte prijsdumping. Het bekendste voorbeeld hiervan is Standard Oil, die in kleine steden het monopolie voor hun benzinepompen bevochten door er met hun eigen pomp onder de kostprijs benzine aan te bieden. Zodra de concurrentie hun pompen had opgedoekt, stegen de prijzen natuurlijk torenhoog.

Volgens Marx is het streven naar monopolies het uiteindelijke doel van de kapitalist. Slagen ze daarin, dan is er ook geen middenklasse meer (die immers bestond uit de kapot-beconcurreerde kleine aanbieders), Hij voorspelde  dat alsdan de combinatie van lage lonen en hoge prijzen, uiteindelijk een revolutionaire beweging van de wanhopige massa zou mogelijk maken. Die voorspelling is in sommige landen ook uitgekomen, maar in andere landen wist men de effecten van het kapitalisme te compenseren.

Gildensysteem, de markt sluiten door nieuwkomers te koeioneren.

Een subtiele manier om de markt te controleren werd ontwikkeld door de elite van de middeleeuwse steden. Ambachtslieden die hetzelfde ambacht uitoefenden, organiseerden zichzelf in gilden, met een gildenhuis, gildenvergaderingen en gildenmeesters. Op die vergaderingen werden prijsafspraken gemaakt en vestigingsvergunningen afgegeven. Lieden die 'gezel' waren, moesten soms tientallen jaren voor hun 'meester' werken, alvorens ze vergunning kregen om zelfstandig aan de slag te mogen.

Denkt u dat de middeleeuwen voorbij zijn? Vergeet het maar. Dokters koeioneren hun assistenten in opleiding, notarissen beulen hun kandidaat-notarissen af, advocaten, psychotherapeuten, apothekers, dierenartsen, tandartsen, accountants, actuarissen, en waarschijnlijk nog vele andere 'vrije' beroepen houden de markt gesloten. Anders dan het hierna te bespreken maffiasysteem, wordt het gildensysteem in stand gehouden door wetgeving.

Maffiasysteem, de markt sluiten door afpersing en bedreiging.

Eerst een definitie van een maffia-organisatie: dat is een organisatie die in de plaats treedt van de overheid bij het beheer van de publieke ruimte en dienstverlening. M.a.w. de maffia wil bepalen wat er op straat gebeurd. Dit doet zij door middel van bedreigingen en geweld. Zodra een maffia-organisatie daar geheel of gedeeltelijk in slaagt, zal zij gaan doen wat de overheid ook doet: vestigingsvergunningen afgeven en belasting heffen. Om het te verkopen, geven ze er een mooie naam aan, zoals 'beschermingsgeld',

Het meest bekende voorbeeld van een maffia-organisatie in Nederland is de Amsterdamse Taxi Centrale, die in plaats van de Gemeente Amsterdam vergunningen verkoopt en die met geweld 'snorders' van de weg houdt. Het proces waarin de Gemeente het weer voor het zeggen krijgt op straat, is nog steeds gaande.

Het behoeft geen betoog, dat bij een maffiasysteem zowel de consument als de kleine ondernemer het slachtoffer wordt.

Communisme, de markt afschaffen door productiemiddelen te confisqueren.

Het communisme is de persverse uitvoering van het socialisme. Er is geen sprake meer van eigendomsoverdracht, maar van een dictatuur van ambtenaren. Niemand is eigenaar van een bedrijf, ook niet de arbeiders. Ambtenaren worden niet aangestuurd door het spel van vraag en aanbod, zodat er een situatie zal ontstaan van geweldige overschotten van het ene product tegenover tekorten van het andere, Omdat overschotten zo vreselijk zichtbaar zijn, zullen de ambtenaren, die immers hun baantje willen houden, het produceren daarvan uit alle macht voorkomen.

Alleen al daarom zal er een chronisch tekort ontstaan van alles, tenzij er een overheidsbeleid is om ergens veel van te maken. Wapens bijvoorbeeld, maar vaak ook openbaar vervoer en gezondheidszorg.

Alle vormen van productie waar 'het oog van de meester' noodzakelijk is, zoals landbouw en visserij, zullen bij ambtenaren alleen bij toeval in goede handen zijn. Wij zien in communistische landen dan ook makkelijk hongersnoden ontstaan.

De open markt is er dus niet 'als vanzelf'

De overheid moet actief beleid voeren en bepaalde regels opleggen, om de markt 'open' te houden.

Het verschil tussen een open markt en een vrije markt.

Voor de duidelijkheid eerst een definitie van een open markt: dat is een markt waarin nieuwkomers zonder problemen toegang hebben en waarin kleine aanbieders onafhankelijk van elkaar en van grote aanbieders kunnen werken.

Dan een definitie van een vrije markt: dat is een markt waarin kapitalisten hun gang kunnen gaan. Kapitalisten zullen zonder twijfel hun vrijheid misbruiken en de markt sluiten.

Maatregelen om een markt open te houden:

Diploma's worden uitsluitend verstrekt door de overheid. De beroepsorganisatie mag geen enkele invloed hebben op de diplomaverstrekking of de opleidingsduur. Via stageplaatsen (artsen, actuarissen, notarissen) wordt vaak aan een beroepsgroep teveel invloed gegeven.
Vestigingsvergunningen worden uitsluitend verstrekt door de overheid. De overheid moet daarbij niet verplicht zijn de inkomenspositie van de zittende ondernemers te beschermen (huisartsen, tandartsen)
Maffiaorganisaties moeten fel bestreden worden. Al was het alleen maar wegens het principiële punt dat buiten de overheid niemand mag claimen het in het openbare domein voor het zeggen te hebben.
Minimumlonen en minimumprijzen. Er is geen effectievere manier om uitbuiting van werknemers en prijsdumping te voorkomen. Ook maak je prijsafspraken van gilden overbodig. Dat stiekeme spel komt nu in het domein van de openbare politiek. Men zal betogen dat er dan geen vrije markt is, dat klopt, maar er is wel een open markt, waarin een spel van vraag een aanbod speelt. Er zal meer op kwaliteit worden geconcurreerd dan op prijs.
Consumentenbescherming door productnormering.

Naar boven