Joods bezit
SAM-partij Omhoog

 Joods bezit goed en kwaad Blijvend misdadigers ethiek Consensus Veiligheid

Er bestaat Joods bezit

Hoe wordt de stelling gebruikt?

Algemeen

Er wordt nogal makkelijk gesproken over Joods bezit. Waar men het dan over heeft, zijn eigendommen van Joden die in het verleden door die Joden onder druk van de omstandigheden zijn achtergelaten of goedkoop verkocht en soms zelfs is er van Joden gestolen, of werd hun eigendom onteigend. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog is veel van dat bezit teruggekeerd in Nederlandse handen, maar de oorspronkelijke eigenaars zijn niet gevonden. Het begrip 'Joods bezit' wordt gebruikt om te suggereren dat nog levende Joden daar aanspraak op zouden mogen maken.

Relevante links

http://www.groene.nl/1999/16/jb_aalders.html

http://www.stelling.nl/kleintje/321/Liro2.htm

Wie heeft er belang bij deze stelling?

De (nog) levende Joden hebben als enige groepering belang bij de notie dat er zoiets bestaat als 'Joods bezit', omdat het daardoor 'rechtvaardig' wordt om voor het aan Nederland vervallen bezit schadevergoeding te eisen, die dan aan Joden en Joodse instellingen worden uitgekeerd. Nederland heeft inmiddels aan die eis voldaan en ook elders in de wereld zijn Joden druk met gigantische claims.

Relevante links

http://www.scmi.org.il/index.html

http://www.ajalah.com/ajalah/index.html

http://www.claimscon.org/

Waarom is de stelling fout?

Het feit dat iets eigendom van een Jood is, maakt dat voorwerp niet opeens Joods bezit. Probeer het maar bij een aanhanger van een andere godsdienst: een katholiek heeft geen katholiek bezit, een boeddhist geen boeddhistisch bezit. Het gaat niet aan om de zeggen dat spullen en geld die hebben toebehoord aan een Nederlander met de Joodse godsdienst die is overleden en geen erfgenamen heeft, door Joden onderling verdeeld zouden moeten worden. 

Hoe zit het dan wel?

Men kan pas van een collectief bezit spreken, als dat collectief een volk is. In ons geval dus  Nederlands bezit, en eigendommen Nederlanders met een Joodse godsdienst zijn en blijven Nederlands bezit. Daarom is het ook juist en terecht dat zulke eigendommen die in de oorlog van Joden door de bezetter zijn ontvreemd en naderhand zijn teruggekomen en niet meer opgeëist, vervallen aan alle Nederlanders tezamen, in deze vertegenwoordigd door de Nederlandse staat. Daar bovenop komt dat als iemand dringend geld nodig heeft en in verband daarmee gedwongen is goederen onder de prijs te verkopen, dit niet beschouwd moet worden als onrecht maar simpelweg als pech. Zulke verkoopverliezen mogen dus zeker geen aanleiding geven tot een claim. Ook moet gesteld worden dat het verlies van onroerende zaken geen compensatie mag opleveren, omdat onroerend goed principieel toebehoort aan het Nederlandse volk, dat gerechtigd blijft dit naar eigen inzicht anders te bestemmen.