Goed en kwaad bestaan niet, slechts reacties die van omstandigheden afhangen.Hoe wordt de stelling gebruikt?AlgemeenDe stelling wordt gebruikt om van misdadigers slachtoffers te kunnen maken en van onaangepast gedrag een probleem van onze eigen opvattingen. De stelling wordt ook gebruikt om algemene normen en waarden te ondergraven, door alle gedrag het gevolg te laten lijken van een individuele beslissing, die zelfs met een neutrale intentie kan worden genomen. Het wordt nu mogelijk om individuen te moraliseren met nieuwe, aan 'wetenschap' of 'humanitaire vereisten' ontleende verplichtingen. Van "Ik streef naar het goede, dus is mijn gedrag of mening gerechtvaardigd" wordt het "Ik heb geen norm, dus is mijn gedrag of mening niet gerechtvaardigd", wie die laatste suggestie aanvaard, is daarmee moreel chantabel. Bijvoorbeeld Hannah Ahrendt stelt: "Het kwaad van Eichmann zit in potentie bij ons allemaal. Je kunt het, wanneer je dat inziet, des te beter bestrijden." Daarmee ontkent ze dat Eichmann zijn werk kon hebben gezien als een kleiner kwaad voor het bereiken van een groter goed. Ze suggereert dat Eichmann als een grijze ambtenaar de jodenvervolging heeft georganiseerd en daarmee doorging omdat hij niet over de gevolgen van zijn daden zou hebben nagedacht. Impliciet lijkt het of Ahrendts probleemstelling was: "Het was voor Eichmann zelf niet goed wat hij deed, waarom deed hij het dan?" omdat Ahrend een motivatie door een bovenpersoonlijk streven niet kan aanvaarden of begrijpen. Wie heeft er belang bij deze stelling?Groeperingen die de onderlinge solidariteit van volks- en geloofsgenoten willen aantasten, om zo de rol van volkeren en godsdiensten als zelfstandig opererende normerende entiteit in de wereld te ondergraven. Normen en waarden zijn immers uitingen van etnische en godsdienstige verbondenheid, in een wereld zonder erkende normen en waarden, hebben volkeren en godsdiensten geen bestaansrecht meer. Ook hebben die groeperingen er belang bij om de individuele mens los te weken uit zijn context met normen en waarden, zodat hij moreel rechteloos wordt en naar hartelust kan worden betutteld. Waarom is de stelling fout?Er wordt voorbijgegaan aan het verschil tussen conceptueel denken en functioneel denken. 'Goed en slecht' is een concept, 'het goede doen' is eveneens een concept, 'een situatie veranderen' is echter een functionele kwestie met begin- en eindtermen en tussenstappen. Door nu te stellen dat men 'het goede' niet in functionele termen kan definiëren, heeft men slechts vastgesteld dat het geen 'recept' bestaat om 'het goede te doen'. Als iemand een bepaalde situatieverandering wenselijk vindt, stelt men dan: "dat is voor hem goed", maar daarmee hoeft 'het goede' niet te zijn bevorderd en is evenmin het bestaan ervan ontkend. Hoe zit het dan wel?Conceptueel denken is van een hogere orde dan functioneel denken, daarom kan men een concept niet beschrijven in functionele termen. Andersom echter, kan men bij het keuzes maken in situaties heel goed gebruik maken van concepten, omdat functioneel denken nu van een lagere orde is dan conceptueel denken. Het 'bestaan' - men zou liever van 'geldigheid' moeten spreken - van concepten, zoals 'goed en kwaad' kan men dus op twee manieren vaststellen: ten eerste intuïtief - men 'voelt aan' dat het er moet zijn - en ten tweede door succesvolle toepassing bij functioneel denken. Welnu: in de praktijk blijkt de geldigheid van het concept 'goed en kwaad' waar te zijn, wij kunnen dus met een gerust hart een slecht mens veroordelen en vooral - als wij deugdzaam zijn - van onszelf vaststellen: "Ik heb altijd het goede nagestreefd en het kwade vermeden" |